Badende Schone in de Drift
Eveline van Rooij en Marieke van Kranenburg
In 1948 werd de film BATHING BEAUTY in het Utrechtse City Theater vertoond. De film, met Esther Williams, Red Skelton en Basil Rathbone in de hoofdrollen, gaat over de lotgevallen van een componist op een meisjesschool. Uit liefdesverdriet gaat hij naar de school om dicht bij zijn vrouw te zijn. Zij heeft hem net na hun huwelijk verlaten en is zwemlerares geworden op de desbetreffende school. Esther Williams was een veelvuldige zwemkampioene en de films waarin ze speelde, waren in eerste instantie bedoeld om haar mooie figuur, liefst in badpak, zoveel mogelijk te laten zien. In andere Nederlandse steden gaf vertoning van BATHING BEAUTY geen problemen, maar in Utrecht wel.
Geert Derks, secretaris van de Districtsleiding van de Katholieke Arbeiders Jeugd in Utrecht, schreef een protestbrief naar de gemeente over de gevelreclame van de film die de bioscoop had opgehangen.(1) Hij deed dit namens de Districtsleiding, maar deze gaf later te kennen niet op de hoogte te zijn geweest van de brief.(2) Derks schreef dat de film walgelijk was en de gevelreclame ergerlijk. Dat er mensen naar de film gingen vond hij op zichzelf niet zo erg, zolang de passanten maar niet naar de reclame op de luifel, met een levensgrote afbeelding van Esther Williams in badpak, hoefden te kijken. De gemeente willigde het verzoek om de reclame te verwijderen echter niet in. De film was namelijk door de Centrale Commissie voor de Filmkeuring toegelaten. Ook de foto waarvan gebruik was gemaakt bij de gevelreclame was door deze instantie toegelaten. Bij gevolg was er geen grond tot ingrijpen.
De tegenstanders lieten het er echter niet bij zitten. Op 21 juli 1948 werd de afbeelding van Esther Williams gevonden in de gracht naast de bioscoop, waar ze om 02.33 u. ingegooid was. Tegenstanders van de gevelversiering hadden haar van de gevel gehaald en in de Drift gegooid. De daders waren drie mannen die zich bekend maakten als 'drie weledelgeleerde burgers dezer stad'. Deze bekendmaking geschiedde door middel van diverse brieven die ze naar verschillende kranten hadden gestuurd.(3) Het is mogelijk, dat één van deze 'drie weledelgeleerde burgers' bovengenoemde Geert Derks was. Er staat namelijk in de brief: 'Constaterend, dat de authoriteiten, met het toezicht belast, geen effectieve maatregelen hebben getroffen'.(4) Dit geeft aan dat de daders in elk geval op de hoogte waren van de briefwisseling van Derks.
De actie van de drie maakte overigens geen indruk op de directie van het City Theater. De versiering werd terug op de gevel geplaatst en de film draaide vijf volle weken met veel succes. Ook het publiek leek zich dus niet te storen aan het vermeende immorele aspect van BATHING BEAUTY. Misschien was het zelfs wel een extra reclame. Het City Theater speelde verder nog in op het incident enkele weken later de afbeelding van Esther Williams te hullen in een regenmantel. Want, zo liet de directie van het theater weten, 'al voel je je in het water thuis, die Hollandse regen... Brrr!!!'(5) Dit grapje van de directie is ook kenmerkend voor de berichtgeving in de pers over het voorval. Geen enkele krant nam het incident serieus en in alle artikelen klinkt een spottende toon door wanneer men spreekt over de 'daders'.
1. Brief van Geert Derks, secretaris van de districtsleiding van de Katholieke Arbeiders Jeugd district Utrecht, aan B en W van de gemeente Utrecht, 17 juli 1948, in: Het Utrechts Archief (HUA) Utrecht, Stadsarchief Utrecht, inv. nr. 12547.1 (f.1r)
2. Brief van A.W. Brandt, waarnemend Hoofdcommissaris van Politie, aan de burgemeester van Utrecht, 31 juli 1948, in: HUA, Stadsarchief Utrecht, inv. nr. 12547.1 (f.3r)
3. Brief van A.W. Brandt, 31 juli 1948, HUA, Stadsarchief Utrecht
4. Brief van Geert Derks, 17 juli 1948, HUA, Stadsarchief Utrecht
5. Nieuw Utrechts Dagblad, 9 augustus 1948
Onderzoek