Boek over filmgeschiedenis van Utrecht12-8-2009 Tijdens het komende Nederlands Film Festival zal de burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen, het eerste exemplaar in ontvangst nemen van het boek "Sensationele voorstellingen en passend vermaak - Film en bioscoop in Utrecht". Geschreven door Bas Agterberg, Bert Hogenkamp, Gonnie Oosterbaan, Herman de Wit en Klaas de Zwaan.Het boek behandelt de rijke filmgeschiedenis van Utrecht. De film heeft, vanaf de eerste vertoning op 29 november 1896, een bijzondere plaats ingenomen in het culturele leven van de stad. Utrechtse filmexploitanten speelden een belangrijke rol in de Nederlandse Bioscoopbond, het eerste filmfestival van Nederland vond in Utrecht plaats en het oudste filmhuis van Nederland staat in Utrecht. Onder leiding van prof. dr. Bert Hogenkamp is de afgelopen jaren aan de Universiteit Utrecht de lokale film- en bioscoopgeschiedenis intensief onderzocht. De resultaten zijn in deze uitgave gebundeld. In Sensationele voorstellingen en passend vermaak - Film en bioscoop in Utrecht komt onder andere aan de orde de mobiele filmvertoning in kermistenten op het Vreeburg, het ontstaan van vaste bioscopen als Rembrandt en Flora (nu als Camera het oudste bioscooptheater van Nederland) en de vraag waarom de eerste geluidsfilms in Utrecht werden vertoond. Verder wordt de prominente rol van de Utrechtse architecten Van Ravesteyn en Rietveld binnen de Utrechtse Filmliga besproken, evenals het ontstaan van de Cinemanifestatie en het Nederlands Film Festival. Belangrijke figuren uit de Utrechtse filmhistorie, zoals explicateur Louis Hartlooper en festivalprogrammeur Huub Bals, worden in korte biografische schetsen belicht. In het boek is een dvd met bijzonder filmmateriaal over de filmvertoning in Utrecht opgenomen. |
|
DVD 60 jaar bevrijd - Zeist en de Tweede Wereldoorlog20-5-2005 Speciaal voor de viering van bevrijdingsdag 2005 heeft het Zeister Historisch Genootschap een compilatiefilm op DVD samengesteld onder de titel 60 Jaar Bevrijd – Zeist en de Tweede Wereldoorlog, van historisch materiaal uit de jaren dertig tot eind veertig. In die periode maakten o.a. de Zeister filmers Posthuma, Van Haaften en Lukkien vele 8 mm opnamen van mensen en locaties in Zeist.We zien o.a. scènes uit de vooroorlogse tijd met garage Broedelet, de intocht van burgemeester Van Holthe tot Echten, de Zeister Tram, de mobilisatie, een onderduikplaats in Bene Sita aan de Montaubanstraat, de doorgaande stroom geallieerden, de marcherende krijgsgevangen Duitsers op weg naar de Veemarkt in Utrecht. De film sluit af met de wederopbouw. De (DVD-)film duurt 45 minuten en is te koop voor E. 17,00 op het bezoekadres van het Zeister Historisch Genootschap, Middellaan 6 te Zeist, telefoon 030-6916388. Zie ook de website: www.zeist-historie.nl |
|
Utrecht komt als beste uit de bus in de grote VN-filmhuistest9-5-2005 De Utrechtse filmhuizen hebben het goed gedaan in de filmhuistest die het weekblad Vrij Nederland op 16 april 2005 publiceerde. De onderzoekers van Vrij Nederland keken naar de kwaliteit van de projectie, het geluid en het zitgenot. Ook de prijs en kwaliteit van de consumpties en de geuren op de toiletten ontsnapten niet aan hun aandacht. Maar het belangrijkste was het filmaanbod: ”draaide in de theaters alleen het doorsnee filmhuisaanbod of konden de liefhebbers van klein Kirgizisch leed er ook terecht? En hoeveel speciaals was er in de aanbieding?”Vrij Nederland beoordeelde drie filmhuizen uit de Domstad: ’t Hoogt, Springhaver en het Louis Hartlooper Complex. De eerste twee bereikten de respectabele score van 8. Het Louis Hartlooper Complex werd zelfs de landelijke winnaar met een score van 9,5. Vrij Nederland gaf het LHC het predikaat van “Filmwalhalla van Nederland”. |
|
Gids voor onderzoek naar vrijetijdsbesteding in Utrecht1-5-2005 Op 9 april 2005 presenteerde Het Utrechts Archief de nieuwe onderzoeksgids ‘Na gedane arbeid. Gids voor de geschiedenis van cultuurbeoefening en vrijetijdsbesteding in de provincie Utrecht’. De gids is deel 10 in de reeks Trajecten door Utrecht, uitgegeven door Het Utrechts Archief in samenwerking met de Stichting Stichtse Geschiedenis.Vrijetijdsbesteding is van alle eeuwen. Aanvankelijk hingen muziek, toneel, lezen en zelfs feesten, zoals kermis en carnaval, nauw samen met kerk en geloof. Dit is in de loop van de tijd veranderd en nieuwe cultuuruitingen zoals film, sport, museumbezoek en natuurbeleving staan daar zelfs helemaal los van. Hoe is deze ontwikkeling in uw regio, stad of streek verlopen? Werd er op het kasteel gemusiceerd? Hoe stond de gemeenteraad tegenover subsidie aan sportverenigingen? Was ook de middenstand voorstander van de opheffing van de kermis? Hoofdstuk 7 van de Gids is gewijd aan Film in Utrecht. Hierin wordt het onderwerp behandeld aan de hand van vier thema’s: de beginjaren, de pogingen tot regulering (censuur), de programmering en tenslotte de mensen die erbij betrokken waren en de gebouwen waarin films werden vertoond. Zoals alle hoofdstukken in de Gids wordt ook dit hoofdstuk afgesloten met een literatuurlijst en een archievenoverzicht. Deze gids in de reeks Trajecten door Utrecht geeft u basisinformatie en helpt u met het vinden en interpreteren van bronnen over dit onderwerp. ‘Na gedane arbeid’ is geschreven door Mieke Breij, Bert Hogenkamp, José de Kruif, Arend Pietersma en Fred Vogelzang. De Gids kost Euro 6,75 en is verkrijgbaar bij Het Utrechts Archief ( zie www.hetutrechtsarchief.nl). |
|
Webportaal Erfgoed-Utrecht.nl gelanceerd9-4-2005 Wie op zoek is naar informatie over Utrechtse mediageschiedenis kan nu ook terecht op het nieuwe webportaal www.erfgoed-utrecht.nl. Deze website werd zaterdag 9 april feestelijk geopend door gedelegeerde Jan van Bergen van de Provincie Utrecht tijdens de Erfgoeddag 2005. Het webportaal presenteert allerlei informatie over provinciaal erfgoed en de bijbehorende vindplaatsen, gemakkelijk en overzichtelijk. De rijke geschiedenis van de Utrechtse regio heeft een enorme variatie aan sporen achtergelaten, in de vorm van kunstvoorwerpen, documenten, foto’s, films, gedenktekens, monumentale gebouwen en archeologische relicten. Veel van die sporen zijn helaas verspreid geraakt en niet zo gemakkelijk te traceren. Vanaf 9 april is daar echter www.erfgoed-utrecht.nl, die de zaken voor de bezoeker op een rijtje zet. Het is een plek op het web om snel uit te vinden wat sites van andere Utrechtse erfgoedorganisaties te bieden hebben. De website is het product van de gezamenlijke inspanning van een breed scala aan cultuurhistorische organisaties. Ook het Utrecht Project is vanaf het begin betrokken geweest bij het maakproces van dit Utrechtse erfgoedportaal. Wilt u snel iets te weten komen over Utrechtse mediageschiedenis of over andere zaken in erfgoedland, surf dan naar www.erfgoed-utrecht.nl: het startpunt voor provinciale cultuurhistorie. |
|
Universiteitsmuseum spoelt terug langs ruim 100 jaar ‘nieuwe’ media1-3-2005 “There is no reason anyone would want a computer in the home,” zei Kenneth Olsen van Digital Equipement Corporation in 1977.In 2005 kunnen we ons echter geen leven meer voorstellen zonder pc. Niet alleen de computer, maar ook andere ‘nieuwe’ media als film, radio, tv, video, dvd en telefonie veroverden en veranderden onze maatschappij in de afgelopen honderd jaar. Het Universiteitsmuseum in Utrecht ‘spoelt terug’. Te zien is hoe de media zich in de loop van de tijd ontwikkelen en hoe ze onze maatschappij beïnvloeden. De tentoonstelling FF terugspoelen: een interactieve reis langs ruim 100 jaar ‘nieuwe’ media is te zien tot en met 17 april 2006. FF terugspoelen is samen met Faculteit Letteren, Studierichting Film- en Televisiewetenschap van de Universiteit Utrecht, het Louis Hartlooper Complex en het Museum voor Communicatie gerealiseerd. Actueel onderzoek op het gebied van film en televisie is verwerkt in de tentoonstelling. Zodra de bezoeker de tentoonstelling FF terugspoelen binnengaat, schreeuwen de reclameboodschappen hem toe. Oude en nieuwe uitingen – op affiches, in advertenties en tv-spots – geven hoog op over de onmisbare en onbegrensde mogelijkheden van de media; de wereld dichterbij, directe en snelle(re) communicatie, goed voor het gezinsleven en gezelligheid. Ze laten een eeuw lang beloftes zien die erg veel op elkaar lijken. Een verrassende verzameling van apparaten illustreert de technologische ontwikkelingen. Die ontwikkelingen lijken snel te gaan, maar de eerste ideeën zijn vaak veel ouder dan je verwacht. Zo voorzag men de tv en beeldtelefoon al rond 1880 en verscheen de eerste walkman in de jaren dertig in het straatbeeld. Veel apparaten zijn in de loop van de tijd al weer uit ons collectief geheugen gewist. Wie herinnert zich nog het Greenpoint met de Kermit-telefoon? De beeldtelefoon heeft nooit voet aan de grond gekregen. En Betamax en Philips 2000 videorecorders redden het niet omdat porno alleen op VHS werd uitgebracht. FF terugspoelen belicht ook de sociale kanten van de media. De toegankelijkheid en het massale gebruik van de media roepen angsten op voor zedeloosheid, moreel verval en verslaving. Staatssecretaris Cals waarschuwt reeds in 1956 voor de kans op verslaving aan televisie. Daarnaast hebben de media een grote invloed op ons ruimtegebruik, zowel openbaar als privé. Op foto’s ziet men hoe de radio en TV een centrale plek kregen in onze huiskamer en zich van daaruit verspreidden over het hele huis. Waren we in het verleden met de telefoon veroordeeld tot de hal, tegenwoordig zijn we op onze mobiel overal bereikbaar. De persoonlijke relatie van de bezoeker met de media wordt onder de loep genomen in het media-spel Ben ik een vernieuwer of een volger? Dit spel geeft een bijzondere kijk op het eigen mediagebruik. En wie wil kan in een zogenaamd liftinterview zijn persoonlijke media-ervaringen vastleggen. Bezoekers die een mobiele telefoon hebben die zwaarder is dan 150 gram, hebben gratis toegang tot FF terugspoelen. |
|
Artikel over Film en Radio in Jaarboek Oud-Utrecht10-1-2005 In de nieuwste aflevering (2004) van het Jaarboek Oud-Utrecht is een artikel over 'Utrechters en de Nieuwe Media Film en Radio 1907-1940' opgenomen. In deze bijdrage stelt Bert Hogenkamp dat op de komst van twee nieuwe media - film en radio - in Utrecht op zeer verschillende manieren werd gereageerd. De politieke elite zag de bioscoop als een gevaar voor jeugdigen tot zestien (later veertien) jaar, waartegen deze beschermd moesten worden door middel van een gemeentelijke verordening. Radiodistributie werd daarentegen door diezelfde elite gezien als een mogelijkheid om verantwoorde vormen van cultuur in brede kring te verspreiden en tegelijk inkomsten voor de stad te genereren. Voor het ideaal van een ‘lokale omroep’ avant la lettre was men zelfs bereid om met de Minister van Binnenlandse Zaken in de clinch te gaan. De ‘gewone’ Utrechters reageerden heel pragmatisch op deze ontwikkelingen. Velen van hen gingen graag naar de bioscoop, zeker nadat de geluidsfilm zijn intrede had gedaan. Maar het jeugdverbod was nauwelijks aanleiding om hun stemgedrag bij de plaatselijke verkiezingen te veranderen. Ondanks de ronkende taal waarmee de dienst werd geïntroduceerd nam slechts een bescheiden aantal Utrechters een abonnement op de Gemeentelijke Radio Distributie. Tijdens de bezetting schaften de Duitsers het verbod voor jeugdigen om de bioscoop te bezoeken af en brachten de Gemeentelijke Radio Distributie onder bij de landelijke PTT. Daarmee kwam een einde aan een 'elitair' mediabeleid.Leden van de vereniging Oud-Utrecht ontvangen het Jaarboek als onderdeel van hun lidmaatschap. Voor niet-leden is het tegen betaling verkrijgbaar bij Het Utrechts Archief, Alexander Numankade 199-201, Utrecht. Zie ook: http://www.oud-utrecht.nl/ |
|
100 jaar nieuwe media (werktitel)5-11-2003 De tentoonstelling 100 jaar nieuwe media laat zien dat er al een eeuw lang sprake is van nieuwe media. Film, radio, televisie, video, internet, telefonie en computergames hebben zich tot de dag van vandaag op min of meer vergelijkbare wijze ontwikkeld, en elkaar beïnvloed en versterkt. De tentoonstelling richt zich vooral op de sociale kant van de nieuwe media: hoe de kijker/luisteraar door de tijd heen de nieuwe media consumeert. De drie centrale thema’s hierbij zijn: ‘kijken en bekeken worden’, ‘kunst of entertainment’ en ‘uitgaan of thuisblijven: de individualisering van het mediagebruik’.Aanleiding voor deze expositie is de opening van het Louis Hartlooper Complex, een film- en cultuurcentrum gelegen in het Utrechtse Museum-kwartier. De opleiding Theater-, Film- en Televisiewetenschap van de Universiteit Utrecht sluit aan bij dit initiatief. Een van de onderzoekthema’s binnen de opleiding is het ‘Utrecht Project’. Studenten verrichten hierbinnen onderzoek naar de impact van de audiovisuele media in Utrecht. Het Utrecht Project fungeert als inspiratiebron voor de tentoonstelling. De tentoonstelling zal vanaf mei 2004 te zien zijn in het Universiteitsmuseum, Lange Nieuwstraat 106 te Utrecht. |
|
Filmografie-project van start gegaan17-7-2002 Sinds mei loopt het Filmografie-project. Het Utrecht Project heeft samen met Het Utrecht Archief het initiatief genomen om een overzicht te laten maken van alle bewegende beelden over de stad en provincie Utrecht. Zo’n filmografisch overzicht is belangrijk om verder onderzoek naar de geschiedenis van film en televisie in en over de Domstad te stimuleren. Het project is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Wetenschapswinkel Letteren in het kader van de regeling voor Niet Routinematig Onderzoek.Deze filmografie biedt een inventarisatie van alle in de periode 1900-1980 vervaardigde, en bewaard gebleven, films die in stad en provincie Utrecht zijn gemaakt. Projectmedewerker Willemke Landman is inmiddels druk in de weer met het opsporen van filmtitels. Het onderzoek maakt gebruik van een breed scala aan bronnen: nationale audiovisuele archieven, provinciale en gemeentelijke overheden, omroepen, bedrijven, historische verenigingen. Ook particulieren met een omvangrijke collectie worden betrokken in het Filmografie-project. Aan het eind van dit kalenderjaar is het onderzoek afgerond. De resultaten zijn straks voor het publiek toegankelijk via de website van het Utrecht Project. |
|
Commissie van deskundigen adviseert artplex voor filmpresentatie in Utrecht17-4-2002 Een gecombineerde arthouse-/filmtheater-/festival-accommodatie met 1600 stoelen en ongeveer 12 doeken. Dat adviseert de externe adviescommissie Filmpresentatie in Utrecht aan het college van B&W om een optimale filmpresentatie in Utrecht te realiseren. Het advies, onder de titel ‘Het Filmhuis Voorbij’, is op 17 april 2002 officieel aangeboden aan cultuurwethouder T. Gispen door commissievoorzitter dhr. C. Pot. Het Utrechtse college heeft advies gevraagd aan een onafhankelijke commissie van deskundigen om te komen tot een heldere stellingname over de meest gewenste ontwikkelingsrichting van de presentatie van de artistieke en audiovisuele cultuur in Utrecht.De commissie verwacht dat het zogenoemde ‘artplex’ naar verwachting 500.000 bezoekers per jaar zal trekken (exclusief de festivals). In het complex dient naast genoemde 12 filmzalen een multifunctionele ruimte te zijn, die geschikt is voor tentoonstellingen, de baliefunctie voor festivals, educatieve activiteiten, discussieprogramma’s en fora. Daarnaast dient er een horecavoorziening/ontmoetingsruimte en een filmwinkel gerealiseerd te worden. Het advies is verder dat een dergelijk artplex in de binnenstad van Utrecht moet komen. Daaronder wordt verstaan de oude stad binnen de singels of dat deel van het stationsgebied, dat ten oosten van het spoor ligt. Dit complex moet geëxploiteerd worden in een publiek-private samenwerking tussen het gesubsidieerde filmtheater en de commerciële exploitanten van arthouses in Utrecht. Indien het niet mogelijk blijkt alle betrokkenen te laten samenwerken in een dergelijk complex, dan zal het complex zeker qua aantal stoelen, maar ook qua aantal zalen kleiner worden. De impuls, die van een kleiner complex uitgaat op de verbetering van het filmklimaat, zal beduidend geringer zijn, omdat een groter aanbod op één locatie leidt tot een grotere aantrekkingskracht van het artplex. Naast de oprichting van een artplex zal de Gemeente op korte termijn de mogelijkheid moeten bieden aan een commerciële filmexploitant om te investeren in de bouw van een multiplex voor de mainstream bioscoopfilm. Tenslotte acht de commissie het noodzakelijk voor een verdere versterking van het filmklimaat in de stad, dat er een budget komt, waaruit incidentele filmactiviteiten gesubsidieerd kunnen worden. In 1999 dienden ‘Hoogt en Wolff Cinema Groep een plan in voor een Cultiplex in de gemeente Utrecht. Als reactie daarop kwam het Springhavertheater met een voorstel voor het Louis Hartlooper Complex. Dit was de directe aanleiding voor het college van B&W tot het instellen van een adviescommissie Filmpresentatie in Utrecht. Juist omdat de visies in het veld verschillen, achtte het college het van groot belang om – met instemming van betrokken partijen - een onafhankelijke commissie van externe deskundigen om advies te vragen. |
|
Nederlands Filmfestival 200024-9-2000 Ook dit jaar zal het Nederlands Film Festival aandacht besteden aan het Utrecht Project. Op zondagmiddag 24 september zullen om 13.00u. in Hoogt 1 twee Utrechtse films worden vertoond: STADION IN BEDRIJF (Joop Burcksen en Ruud Herblot, 1983) en DE TIJDEN WORDEN GOED (Boud Smit, 1989). Het programma zal worden ingeleid door Prof. Dr. Bert Hogenkamp, terwijl Boud Smit zal vertellen over de totstandkoming van DE TIJDEN WORDEN GOED, een documentaire over Wijk C, het Utrechtse equivalent van de Jordaan. |
|
Nummer van Stichts Historisch Contact over bioscoopcultuur in Utrecht1-11-1999 Het winternummer 1999/4 van Stichts Historisch Contact, de nieuwsbrief van de Stichting Stichtse Geschiedenis, is geheel gewijd aan de bioscoopcultuur in Utrecht. Onder de titel 'Het witte doek' laat Bert Hogenkamp de hoogte- en dieptepunten uit de Utrechtse bioscoopgeschiedenis de revue passeren. Daarbij krijgen de Lichtbeeldverordeningen van de jaren tien de nodige aandacht. Deze maakten tot de Tweede Wereldoorlog in Utrecht het bioscoopbezoek van kinderen onder de zestien jaar vrijwel onmogelijk. In het artikel worden voorts verschillende voor de Utrechtse bioscoopcultuur belangrijke personen geïntroduceerd, zoals de explicateur en vakbondsman Louis Hartlooper, de bioscoopbestrijder Mr. A. de Graaf, de Bioscoopbondbestuurder David Hamburger jr., de bioscoopexploitant A.F. Wolff, de organisator van de Cinemanifestatie Huub Bals en de cineast en eigenaar van het Springhaver Theater Jos Stelling. Het nummer van Stichts Historisch Contact bevat verder een bijdrage van Arend Pietersma en Erik Tigelaar over bij het Utrechts Archief (HUA) aanwezige filmbronnen. De auteurs werpen de vraag op of er niet hoognodig een provinciaal film- en geluidsdepot moet komen.Het winternummer van Stichts Historisch Contact is gratis verkrijgbaar door een e-mail te sturen naar bhogenkamp@beeldengeluid.nl. Andere nummers van het blad, waarin zulke uiteenlopende thema's als mode, reizen, eetcultuur en Amersfoort als garnizoenstad.worden behandeld, zijn tegen vergoeding van 2,50 portokosten te verkrijgen bij de Federatie Stichts Cultureel Erfgoed. Voor verdere informatie raadplege men de Website van de Federatie: http://www.erfgoed-utrecht.nl |
Stichts Historisch Contact 1999/4 over 'Het witte doek'
|
Website Het Utrecht Project geopend26-9-1999 De website van Het Utrecht Project is officieel in gebruik gesteld door de directeur van Het Utrechts Archief, de heer Jo Jamar. Hij deed dit tijdens het Nederlands Film Festival op zondag 26 september om 15.00 uur in Filmtheater 't Hoogt.De website heeft als doel contacten te onderhouden met onderzoekers in binnen- en buitenland die zich bezighouden met de geschiedenis van de media. Resultaten van het onderzoek van Het Utrecht Project worden op de website gepubliceerd. Tevens zal nieuws over het onderzoek op de website te vinden zijn. Ook bevat de website een filmografie van films die in Utrecht zijn opgenomen. In de afdeling bioscoopgeschiedenis worden de ontwikkelingen van de filmvertoning in de stad Utrecht gevolgd: de eerste filmvertoning in de zogenaamde kinetoscopen, de allereerste filmvoorstelling in Utrecht en de reizende bioscoop-exploitatie. Ook wordt de geschiedenis van reeds verdwenen en nog bestaande bioscopen verteld. De verschillende afdelingen worden geïllustreerd met vele foto's en enkele filmfragmenten afkomstig uit Het Utrechts Archief en het Nederlands Audiovisueel Archief. |
Jo Jamar, directeur van Het Utrechts Archief, stelde de website officieel in gebruik.
|