De Kunstfilm en de filmkeuring

Vanaf 1908 zijn er in de Utrechtse kranten veel kritische opmerkingen te vinden over de films die in de reizende of vaste bioscopen werden vertoond. Vooral het katholieke dagblad Het Centrum leverde kritiek op de vertoonde films. In 1908 deed een nieuw type film zijn intrede in Utrecht: de Kunstfilm. De term is een letterlijke vertaling van het Franse Film d'Art. Met deze term werden verfilmingen aangeduid van beroemde romans of toneelstukken, waarin bekende toneelspelers optraden. Lang niet altijd kon de stof waaruit geput werd ieders goedkeuring wegdragen. Een van de films die in Utrecht grote weerstand opriep was de Deense film De Gevaarlijke Ouderdom, naar de roman van de Deense schrijfster Karin Michaelis, die in april 1911 in Utrecht te zien was. 'Van dit werk nu heeft thans ook de bioscoop zich meester gemaakt. Gelukkig kan ze alleen "cinematografisch" zijn, d.w.z. alleen de voornaamste uiterlijke handelingen der hoofdpersonen weergeven en niet de in hen belichaamde theorieën', schreef het Utrechtsch Dagblad over deze film.(1) Het katholieke dagblad Het Centrum had de volgens haar verwerpelijke theorieën wel in de film gezien en juichte het zeer toe dat de Bioscoop-Salon Vreeburg de film van het programma afvoerde, zodat men in die bioscoop 'weer ten alle tijde met vrouwen, meisjes en kinderen kan komen, zonder de vrees voor ergerlijke projecties'.(2)

Maar de Flora Bioscoop, die de film ook vertoonde, liet per advertentie weten: 'Deze film welke niet alleen in Utrecht, doch ook in alle groote buitenlandsche plaatsen sensatie wekt, wordt alleen in de avondvoorstelling, met veele andere interessante films vertoond'(3) en hield hem op het programma. Enkele dagen later schreef deze bioscoop in een advertentie: 'Wij geven het geachte publiek bij deze de verzekering, dat wij ondanks schandelijke leugenachtige besprekingen van onze films door enkele vijanden van Schouwburg en Kunst, toch zullen doorgaan met het geven van ware Kunstfilms, die niet ten doel hebben door piquante voorstellingen publiek te trekken, maar door grepen uit het leven voor te stellen die het publiek ontspannen en ontwikkelen of de blik op het menschelijk onderhoud verhelderen en verruimen ten koste van de leugens der hedendaagsche samenleving.'(4)

Hoewel de bioscopen ertoe overgingen de voor kinderen minder geschikt geachte films alleen 's avonds te vertonen, bleven deze films voor velen een doorn in het oog, temeer daar bleek dat veel kinderen de avondvoorstellingen bezochten. Steeds sterker werd dan ook de roep om kinderen uit de bioscoop te weren, vooral in onderwijskringen. Naar aanleiding van een rekest van de Bond tot Behartiging van de Belangen van het Kind, waarin werd verzocht om 'gemeentelijke verordeningen tot bescherming van jeugdigen tegen het bioscoopgevaar'(5), besloot de Utrechtse gemeenteraad op 7 januari 1915 tot het vaststellen van een bioscoopverordening waarbij kinderen onder de 16 jaar de toegang tot filmvoorstellingen werd ontzegd, tenzij de films door B&W waren toegelaten. Uiteraard onder hevig protest van de Utrechtse bioscopen, die zich inmiddels hadden verenigd in de Vereeniging tot Behartiging der Belangen van Bioscooptheater Exploitanten te Utrecht.

1. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad) 26 april 1911

2. Het Centrum 27 april 1911

3. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad) 27 april 1911

4. Utrechtsch Nieuwsblad 1 mei 1911

5. Notulen Gemeenteraad 1914, 30 juli F.I. no. 352 A

De vaste bioscopen