Flora/Camera/Studio
Flora/Camera Eind 1909 werd er in Utrecht weer een permanent bioscooptheater geopend. Na het verdwijnen van het Cinéma-Théatre aan de Oudegracht W.Z. 21, was er alleen nog de Bioscoop-Salon Vreeburg. Op 28 september 1909 vroeg Heinrich Friedrich August Lübbe, bioscoop-exploitant te Groningen, vergunning om in het perceel Oudegracht W.Z. 9, bioscoopvoorstellingen te mogen geven. B&W van Utrecht vroegen de burgemeester van Groningen om inlichtingen over de heer Lübbe. Deze antwoordde dat de heer Lübbe, afkomstig uit Emden, samen met de heer E. Wulff, in Groningen een bioscooptheater had opgericht, maar zich uit die onderneming had teruggetrokken om in Utrecht een bioscoop te openen. Tevens meldde hij dat Lübbe daarbij werd gesteund door een onbekend, maar niet onbemiddeld persoon, terwijl hij zelf ook niet onbemiddeld was en een inkomen genoot van ongeveer ƒ 1400,- tot ƒ 1500,-.(1) B&W van Utrecht gaven Lübbe op 12 november de gevraagde vergunning en op 23 december 1909 kon Lübbe het Flora Bioscope Theater, zoals de bioscoop ging heten, voor het publiek openen. Ernst Wulff, Lübbes Groningse partner en directeur van het Bioscope-Theater in de Guldenstraat aldaar(2), moet al snel bij de exploitatie van het Utrechtse theater zijn betrokken, want in de eerste advertenties voor het Flora Bioscope Theater worden als directeuren steeds Wulff - soms gespeld als Wolff - en Lübbe genoemd. De Utrechtse pers, die de invitatievoorstelling op 22 december had bijgewoond, was unaniem vol lof over het nieuwe theater en over het programma dat er werd vertoond. Vooral de Utrechtse opnamen die in de openingsvoorstelling te zien waren, oogstten veel lof. Of deze opnamen door de heren Wulff en Lübbe zelf gemaakt waren, is niet bekend. In Groningen adverteerde Wulff overigens ook met eigen opnamen.(3) Ook later zouden er nog regelmatig eigen opnamen in het Flora Bioscope Theater te zien zijn, zoals de opnamen die op 1 en 19 juni 1910 gemaakt werden op de Provinciale Tentoonstelling voor Kunst, Handel en Nijverheid in de tuin en zalen van Tivoli. De heer Lübbe gaf met deze opnamen zelfs nog een speciale voorstelling tijdens een vergadering van de Utrechtsche Handelsvereeniging in het Haagsche Koffiehuis op 16 november 1910. Vanaf 4 oktober 1910 was aan het Flora Bioscope Theater de heer Piet Wigman - 'die als Tooneelspeler in onze stad geen onbekende is en a.s. Zondag hier in den Schouwburg nog meespeelt'(4) - als explicateur verbonden. Volgens de kranten deed hij dat erg goed, wat vooral van pas kwam bij films met een minder geschikte strekking. Zo schreef het Utrechtsch Nieuwsblad na de vertoning van de Kunstfilm Hartstocht met Asta Nielsen: '(..) Men ziet, het stuk heeft een sterk getint melo-dramatisch karakter. (..) De explicatie's van den heer Piet Wigman onderlijnen hier en daar, met de noodige soberheid gezegd, de dramatische situaties, wat het geheel ten goede komt.'(5) Vooral bij films met een, volgens de Utrechtsche Courant, slecht gehalte kwam dit goed van pas. Zoals bij Zoé, de laatste troef eener vrouw. Daarover schreef de krant: '[Het is] een drama waarin de hoofdpersoon na een overigens mislukte, poging tot echtbreuk de hand aan zich zelve slaat. Terwijl dit onmogelijk aanvaardbaar "gegeven" nog wat dikker aangeverfd werd door eene lijkverbranding welke het geheel ten overvloede een sterk drakensmaakje bijbracht.' Het is volgens de krant een lichtpunt dat explicateur Piet Wigman beschaafd verduidelijkt en de 'laaiende scènes' niet aandikt.(6) Zijn grote kwaliteit demonstreerde Wigman in maart 1914 toen hij volgens de Utrechtsche Courant in één weekend de tekst van Hamlet uit zijn hoofd leerde om ze met de acteurs op het doek mee te spreken.(7) Bij zijn explicatie maakte Wigman gebruik van een groot aantal klanknabootsingswerktuigen, zodat hij op de daarvoor geschikte momenten onder andere brandende huizen kon laten knetteren en auto's langs kon laten zoemen.(8) Op 21 december 1912 verliet Piet Wigman het Flora Bioscope Theater om directeur te worden van het nieuw te openen Rembrandt Bioscoop-Theater. Hij hield het daar echter niet lang vol. Op 23 augustus 1913 nam hij zijn werk als explicateur van het Flora Bioscope Theater weer op. In de Flora bioscoop werd op 31 januari 1929 voor het eerst in Nederland een openbare voorstelling gegeven met de Loetafoon, een geluidsfilm-systeem dat werkte met grammofoonplaten, dat in opdracht van de Haagse filmverhuurder Loet Barnstijn was ontwikkeld.(9) De Flora werd op dat moment geleid door Ies Barnstijn, een broer van Loet Barnstijn. Bij deze eerste geluidsvoorstelling werden alleen korte geluidsfilms vertoond. Het vertonen van lange geluidsfilms was met het systeem nog niet mogelijk. De Amerikaanse geluidsfilm The Jazz Singer (1927), die die avond als hoofdfilm op het programma stond, werd dan ook begeleid door drie musici in de zaal, terwijl de Italiaanse zanger Renato Feruccio de liederen van de Jazz Singer ten gehore bracht. De Flora werd in 1950 omgedoopt tot Camera, terwijl op 19 januari 1956 in een belendend pand de bioscoop Studio aan het complex werd toegeveodg. In deze oudste bioscoop van Utrecht vond tussen 1966 en 1978 zeven maal de het eerste Nederlandse filmfestival plaats: de Cinemanifestatie. Zie ook: De Kunstfilm en de filmkeuring 1. Notulen Brandwezen 1909, 121 B 2. Kam, R. de, Van een 'geestelijke aardappel'. Het ontstaan en de ontwikkeling van de filmvertoning en de reacties daarop in de stad Groningen. Groningen, 1982. pag. 23 3. Kam, R. de, Van een 'geestelijke aardappel'. Het ontstaan en de ontwikkeling van de filmvertoning en de reacties daarop in de stad Groningen. Groningen, 1982. pag. 24 4. Utrechtsch Nieuwsblad 30 sept. 1910 5. Utrechtsch Nieuwsblad 8 mei 1911 6. Utrechtsche Courant 6 okt. 1913 7. Utrechtsche Courant 3 maart 1914 8. Utrechtsche Courant 12 dec. 1914 9. Karel Dibbets, Sprekende films. De komst van de geluidsfilm in Nederland 1928-1933. Amsterdam, 1993. pag. 53 - 54 |
![]() De eerste advertentie voor de Flora Bioscoop in het Utrechtsch Nieuwsblad van 22 december 1909. Advertentie voor het Flora Theater met o.a. de Nederlandse film DE GREEP. Een advertentie voor de Flora Bioscoop in het Utrechtsch Nieuwsblad van 24 april 1911. Vanaf 1 februari 1929 was in de Flora de geluidsfilm THE JAZZ SINGER te zien, maar nog wel in een zwijgende versie. (HUA) De Flora toen daar de geluidsfilm THE JAZZ SINGER te zien was. (HUA) De Flora Bioscoop in 1941. (HUA) In 1950 werd de naam Flora veranderd in Camera. (HUA) Op 19 januari 1956 werd naast de Camera de bioscoop Studio geopend. (HUA) De hal van de Camera en Studio in de jaren vijftig. Enkele Tsjechische gasten tijdens de eerste Cinemanifestatie 1970. Operateur Tom Kooyman in de cabine van de Camera bioscoop in 1980. Camera/Studio in 1999.
|