Cinomatographe/Bioscope Theater/Cinéma TheâtreOudegracht 144 De filmvertoning in de reizende bioscopen was in Utrecht rond 1907 zo succesvol geworden dat sommige filmexploitanten begonnen te denken aan het exploiteren van een vaste bioscoop. In oktober 1907 kwamen bij Burgemeester en Wethouders van Utrecht maar liefst drie aanvragen binnen voor het exploitaren van zo'n permanente bioscoop. De poging van de heer M. Skorzewski om in het Venduhuis aan het Vreeburg en van mevrouw Lina Heinrichs om in Café Riche aan de Voorstraat bioscopen te beginnen bleven steken in kortstondige filmvertoningen, maar een derde poging had meer succes. B&W ontvingen in oktober 1907 ook een aanvraag met het volgende verzoek: 'Geven te kennen, H. Kirchhoff, Dr. Schaffrath en H. Kraemer allen wonende te Krefeld in Duitsland, dat zij in het perceel te Utrecht aan de Oudegracht W.Z. no. 21(1) wenschen te geven bioscoopuitvoeringen. Dat zij des Zondags en de overigen dagen der week 's middags van ½2 - 5 uur matinee- en Zondags en de overigen dagen der week 's avonds van 7½ - 10½ uur uitvoeringen wenschen te geven. Dat zij hiertoe UEd Achtb. toestemming behoeven en bij dezen eerbiedig verzoeken. 't welk doende enz. Im Aufträge! H. Kraemer.'(2) Net als de twee andere aanvragers, kregen ook de heren Kirchhoff, Schaffrath en Kraemer een vergunning. En net als de wtee andere aanvragers, moesten ook zij daarbij voldoen aan een aantal voorwaarden die de commandant van het brandwezen en de hoofdinspecteur van het Bouw- en Woningtoezicht stelden. Ze konden op donderdag 31 oktober 1907 hun 'Cinomatograph, Theater van den eersten Rang' openen voor de 'Onafgebroken Voorstelling van Levende Fotografiën in Kleuren' met 'Iedere week verandering van Programma'.(3) In tegenstelling tot Skorzewski en Heinrichs slaagden Kirchhoff en de zijnen er wel in om de vertoningen in hun bioscoop een permanent karakter te geven. Het Utrechtsch Nieuwsblad beschreef het Bioscoop-Theater, zoals de bioscoop al snel in de advertenties heette, als volgt: 'Wanneer men 's avonds de Bakkerstraat uitkomt op de Oudegracht, wordt direct de aandacht getrokken, door vier groote electrische ballonlantaarns, welke voor een groot huis zijn aangebracht; bij nader onderzoek blijkt, dat bedoeld huis is ingericht voor kinematograafvoorstellingen. Van binnen ziet het zaaltje er keurig uit, de wanden zijn behangen met lichtblauw groen behang, hetwelk zeer aangenaam aandoet. Er zijn twee rangen, doch op beide rangen zitten de bezoekers op gemakkelijke stoelen. De beelden zijn prachtig en schitteren en flikkeren bijna niet. Iedere bezoeker ontvangt het programma gratis; de voorstellingen worden afgewisseld door gramaphoon en pianomuziek. De voorstellingen duren van 6 - 11 uur (onafgebroken). Iedereen werkdag wordt van 5 - 6 uur een kindervoorstelling gegeven, tegen de volgende prijzen: 1e rang 10 cent, en 2e rang 5 cent; geen wonder dat hier druk gebruik van wordt gemaakt; doch ook de weeskinderen kunnen hier komen, daar geregeld den bestuurders der weeshuizen wordt aangeboden gratis hunne kinderen een voorstelling te doen bijwonen. Nog kort geleden zijn de meisjes en jongens uit het stadsbestedelingenhuis op bezoek geweest. Kortom, alles wordt gedaan, om ieder in de gelegenheid te stellen zich een tijd aangenaam op te houden in genoemd Bioscoop-Theater. Voor de programma's raadplege men de advertentiën, welke gedurig in dit blad voorkomen.'(4) De prijzen die in dit kranteartikel voorkomen, wijken overigens af van de prijzen die in de eerste advertenties van deze bioscoop werden genoemd. Die waren: 1e rang 35 cent, kinderen 20 cent en 2e rang 20 cent, kinderen 10 cent.(5) Tot 17 oktober 1908 verschenen er advertenties van deze bioscoop in de Utrechtse kranten. Op 3 november 1908 meldde de Utrechtsche Courant: 'Nu de bioscope aan de Oudegracht tijdelijk is opgeheven (..).' Dit Bioscoop-Theater heeft het dus ongeveer een jaar volgehouden. Toch was het pand aan de Oudegracht niet voor het bioscoopbedrijf verloren. Op 2 april 1909 vroeg de heer 'Henri Marie Bourre, woonachtig Warmoesstraat 56I Agent Generaal voor Nederland en Koloniën van de Cinéma-Fix te Parijs'(6) aan B&W of hij in het pand Oudegracht W.Z. 21 bioscoopvoorstellingen mocht geven, liefst met ingang van 10 april 1909. Op 6 april werd hem de vergunning verleend. Of hij ook op 10 april met de voorstellingen is begonnen is niet duidelijk. Alleen in het Utrechtsch Nieuwsblad verscheen iets over de voorstellingen: een aankondiging en een advertentie, beide op 17 april 1909. Daarna is niets meer over dit Cinéma-Théatre, zoals het heette, te vinden. Nu is in het pand een winkel gevestigd. 1. Nu is dit Oudegracht 144 2. Notulen Brandwezen 1907, 145 A 3. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad) 29 okt. 1907 4. Utrechtsch Nieuwsblad 19 febr. 1908 5. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad) 29 okt. 1907 6. Notulen Brandwezen 1909, 44 A |
![]() Advertentie voor de eerste vaste bioscoop in Utrecht aan de Oudegracht, nu no. 144. Het Utrechts Nieuwsblad van 19 februari 1908 schreef over de eerste Utrechtse bioscoop. Tijdens het Nederlands Filmfestival 1995 werden - ter gelegenheid van de viering van Honderd Jaar Film - in het pand van de Cinomatograph, waar toen kapperzaak Kurz Haar was gevestigd, weer films vertoond. Foto: Felix Kalkman. Oudegracht 144 in 1999.
|