C. Riozzi op de Kermis van 1902

Van 21 tot 26 juli 1902

De belangstelling voor een plaats op de Utrechtse kermis van 1902 was zeer gering. Dat was misschien mede een gevolg van het verkorten van de kermis van tien naar slechts zes dagen. Duurde de kermis tot 1901 nog van donderdag tot en met de zaterdag de in de week daarna, vanaf 1902 mochten de tenten en kramen pas op maandag open. Alleen C. Riozzi en A. Flashenträger hebben om een standplaats voor een kinematograaftent op de kermis van 1902 verzocht. Zij waren in ieder geval de enigen die werden aangeschreven om een bod te doen op de twee beschikbare standplaatsen voor kinematograaftenten. Alleen Riozzi reageerde: voor de ene plaats wilde hij ƒ 60,- en voor de andere ƒ 90,- betalen. Kon hij echter zonder concurrentie werken, dat wilde hij wel ƒ 120,- op tafel leggen. Omdat hij de enige inschrijver was kreeg hij een plaats zonder concurrentie voor ƒ 120,-.(1)

Tijdens de kermis van 1902 gaf ook de bekende filmexploitant Frederik Keijzer uitvoeringen in Utrecht en wel in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen. Keijzer mocht echter bij deze uitvoeringen zijn bioscoop niet gebruiken, omdat B&W aan de Riozzi, de bioscoop-exploitant op de kermis, een plaats zonder concurrentie hadden toegezegd. Keijzers voorstellingen bestonden nu uit voordrachten, lichtbeelden en liederen gezongen door een christelijk zangkoor.

Riozzi betaalde voor zijn standplaats niet alleen een zeer bescheiden pachtprijs, hij pakte de exploitatie van zijn inrichting op de Utrechtse kermis ook zeer bescheiden aan. Geen enkele advertentie voor zijn bioscoop is er in de Utrechtse kranten te vinden. Er is slechts een kort bericht in de Utrechtsche Courant waarin werd vermeld dat 'de bioscoop van Riozzi gezien mag worden'.(2)

Zie ook: Aktie tegen de kermis

1. Notulen Financieële Zaken 1902, 115-90 A; 123 L; 123 Z; 123 LL

2. Utrechtsche Courant, 26 juli 1902

De reizende bioscoop - Volgende