De Koninklijke Nederlandsche Cineograaf op de kermis van 1901Van 12 tot 20 juli 1901 Op de kermis van 1901 stonden, net als in 1899 en in 1900, twee kinematograaftenten: die van Hommerson en die van A. Alber. De exploitanten van deze inrichtingen betaalden voor hun standplaats aanmerkelijk minder dan het jaar ervoor werd betaald. Hommersons standplaats kostte hem ƒ 470,30, ongeveer de helft van het bedrag dat hij in 1900 betaald had, en A. Alber kon zijn standplaats al voor ƒ 330,- innemen. Waarschijnlijk waren de hoge inschrijfgelden van 1900 gebaseerd geweest op veel te hoge verwachtingen en waren de verwachtingen voor de kermis van 1901 minder hoog gespannen. Helaas is niet terug te vinden of er ook nog andere filmexploitanten voor een standplaats op de kermis hadden ingeschreven.(1) 'De beroemde Nederlandsche Cineograaf' was de tweede kinematograafinrichting op de kermis. Naast films vertoonde zij ook Powell's Electrisch Miniatuur Theater wat volgens het Utrechtsch Nieuwsblad 'bijzonder de moeite waard [was] om bezocht te worden'.(2) Directeur van de tent was A. Alber. Het is mogelijk dat met de komst van Albert's Cineograaf voor het eerst de gebroeders Mullens, later bekend als de Alberts Frères, in Utrecht actief waren. Zij exploiteerden al in 1899 onder de naam The Frères Alberts een bioscoop-inrichting die ze afwisselend Electro Cinéograph, Americain Cinéograph Electric of The Alberts Cineograph noemden, zoals blijkt uit een brief van 31 januari 1900 aan B&W van Utrecht.(3) Bij een eerdere brief, verstuurd in Breda op 24 december 1899, is zelfs een programma van de Alberts Cinéograph van het 'jaargetij 1899-1900' gevoegd.(4) Het is dus zeer goed mogelijk dat de gebroeders Mullens ook de exploitanten van de Koninklijke Nederlandsche Cineograaf Albert op de Utrechtse kermis van 1901 zijn geweest. Op die kermis stond ook het Koninklijk Neder-Cagiolstro-Théater onder directie van Alber en Basch. Met deze inrichting, met als attracties goochelen, Hollandse duettisten, gymnastiek, acrobatiek, pantomime en een orkest, trok de moeder van de gebroeders Mullens de kermissen langs, lange tijd samen met de Duitse kermisexploitant Ahrens Basch.(5) 1. Notulen Financieële Zaken 1901, 112-148 2. Utrechtsch Nieuwsblad, 16 juli 1901 3. Notulen Financieële Zaken 1900, 109-67 C 4. Notulen Financieële Zaken 1900, 109-67 D en E 5. Dibbets, K. en F. van der Maden (red.), Geschiedenis van de Nederlandse film en bioscoop tot 1940. Weesp, 1986. pag. 34 |