De Biograaf van Frederik Keijzer in Gebouw IreneOp 15 en 19 juli 1901 Tijdens de kermis van 1901 was voor het eerst Frederik Keijzer in Utrecht met een kinematograaf actief: 'Blijkens de in dit blad voorkomende annonce van den heer F. Keijzer, volkszendeling te Amsterdam, hoopt deze gedurende de twee kermisavonden gelegenheid te geven om in het Gebouw Irene, in de Keistraat, zeer genotvol van zijne uitvoeringen met den biograaf en Electrografoon te kunnen profiteeren ten einde elke christen, van welke richting ook, hierdoor in staat te stellen om geheel buiten de kermis van iets werkelijks schoons en nuttig te kunnen genieten. Waar de heer Keijzer in Utrecht geen onbekende is, durven wij gerust een bezoek aan de uitvoering aanbevelen.'(1) Keijzer was geen onbekende in Utrecht, omdat hij er al vaak voorstellingen met lichtbeelden had gegeven. Zo had hij verschillende malen de anti-kermisbijeenkomsten verzorgd die de Utrechtse afdeling van de Nederlandsche Vrouwenbond tot Verhooging van het Zedelijk Bewustzijn jaarlijks gedurende de kermisweek organiseerde. De invulling van het programma liet de Vrouwenbond over aan Keijzer. In de reeks anti-kermisbijeenkomsten, bedoeld om mensen weg te houden van het zondige vermaak van de kermis, was er opmerkelijk genoeg ook altijd een programma speciaal voor de kermisexploitanten zelf. Tijdens de kermis van 1901 verzorgde Keijzer ook zo'n programma voor de kermisreizigers. Het Utrechtsch Nieuwsblad schreef over het optreden van Keijzer op deze avond: '(..) men komt tot de overtuiging, dat hij voor dit werk juist geschikt is. Geen saaie toon, geen enkel woord tegen de kermis, nog tegen hen die er op werkzaam zijn, neen juist het tegendeel, een opheffend woord uit een vol hart, vervuld met liefde tot zijne medemenschen die hij zoo wonder goed kent, juist om dat hij er onder leeft, wat meer zegt, één leven met hen leeft, dat is zijn geheim, dat is dan ook de oorzaak, dat het pakt.'(2) Tijdens Keijzers tweede voorstelling, op vrijdag 19 juli, brak er brand uit. Volgens het verslag van de brandweer raakte 'het film van de cinematograaf in brand (..) tengevolge waarvan een kleine paniek ontstond. Door de juffrouw, die bij de cinematograaf was geplaatst en de brandwachts J. Wolfswinkel en G.J. Holthuizen welke daar in dienst waren gesteld werd het brandende film met gereedstaande emmers water en een kleed gebluscht.'(3) Naar aanleiding van de brand in de filmtent van H. Fey op de kermis van 1899 waren er strenge veiligheidseisen uitgevaardigd voor filmvoorstellingen. Een van de voorschriften was dat bij filmvoorstellingen in de nabijheid van het toestel aanwezig moest zijn: 'een vochtige wollen deken ter lengte van tenminste twee meter en een breedte van tenminste 1½ meter en een emmer gevuld met water. Deze deken moet, bij het ontstaan van brand van het film, tot het dekken van het toestel en het tengevolge hiervan verstikken van den brand dienst doen.'(4) Ook moesten de exploitanten hun toestellen door de brandweer laten controleren, alvorens met de filmvertoningen te beginnen. Mede daarom moest men voor filmvoorstellingen vergunning aanvragen bij B&W. Het is opmerkelijk dat er toch een groot aantal voorstellingen is gegeven waarvoor geen vergunning is aangevraagd. De voorstelling van Keijzer in Irene was er zo een. De brandweer was echter wel van de voorstelling op de hoogte. Zij had er immers twee brandwachten heengestuurd. 1. Utrechtsch Nieuwsblad, 6 juli 1901 2. Utrechtsch Nieuwsblad, 16 juli 1901 3. Archief Brandweer 60, no. 201 4. Notulen Brandwezen 1900, 61 B |
![]() De volkszendeling Frederik Keyzer gaf vaak voorstellingen in protestants verenigingsgebouw Irene.
|