De Aethera Bioscope in het Gebouw voor Kunsten en WetenschappenVan 30 juni tot 5 juli 1901 Eind juni 1901 werden er in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen voorstellingen gegeven met de Aethera-bioscoop. De exploitant, de heer Johannus Hendrikus Martelhoff, Lombokstraat 72 te Utrecht, deelde in zijn verzoek om een vergunning mee: 'De Bioscope waarmede gewerkt zal worden is dezelfde constructie als die waarmee de passie-spelen zijn vertoond.'(1) Dit zou erop kunnen wijzen dat Martelhoff de exploitatie van L.A. Müller, die het toestel nog Ethera-bioscoop noemde, had overgenomen.(2) L.A. Müller vertoonde de Passiespelen eind maart en begin april 1901 in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen. Martelhoff vertoonde met zijn Aethera-bioscoop overigens een heel ander programma dan Müller dat met zijn Ethera-bioscoop had gedaan: 'Verrassend Programma. Transvaalsche Oorlog. Lachcoupletten. Sensatiestukken. tot slot De Maskerade optocht door Utrecht op Dinsdag 25 juni 1901 (zeer mooi).'(3) Dat is letterlijk hetzelfde programma als de Aethero bioscope op 12, 13 en 14 augustus 1901 in Nijmegen vertoonde.(4) Hoogtepunt van de voorstellingen was natuurlijk de vertoning van beelden van de maskerade-optocht. De optochten en de bijbehorende feesten ter gelegenheid van de lustra van de Utrechtse studentenvereniging waren steeds grote gebeurtenissen die het leven in de stad een week lang ontregelden en enorme hoeveelheden mensen op de been brachten. Zo ook in 1901, toen de intocht van de Franse koning Karel VII en Jeanne d'Arc in Reims door de studenten werd nagespeeld. Hiervan zijn voor de kinematograaf opnamen gemaakt. Wie die opnamen maakte is niet bekend. Martelhoff had er veel succes mee: 'Nog steeds trekken de voorstellingen in het Gebouw voor K. en W. volle zalen en bij iedere voorstelling hoort men uitingen van tevredenheid.'(5) De Domkijker, de kroniekschrijver van de Utrechtsche Courant schreef dat de 'bioscoop-vertooning (..) 'n juiste repetitie van de maskerade te aanschouwen geeft, een voorstelling die even actueel als goed geslaagd en goedkoop mag heeten. Als wij daar kalm voor 't witte scherm gezeten zijn geeft zij ons toch eerst een juisten indruk van de enorme drukte die er op straat geheerscht heeft, veel beter dan we zulks in werkelijkheid opmerken; - en de treffende gelijkenis van zoveel bekende figuren in den optocht, de leuke dartelingen van een voorbijhollenden bereden dikke ordecommissaris, de opduwende dieners en vooral, de druk-levende worst van menschen achter het laatste huzarenpaard aan, ontlokken ons menige uitroep van blijde verrassing. Dat is de werkelijkheid nog eens - veel beter dan de pseudo Afrikaansche slagvelden die niet meer dan goed gearrangeerde komedie blijken te zijn, al zijn ze nog zoo aardig om te zien.'(6) Uit die laatste opmerking blijkt dat het ook tot Utrecht doorgedrongen was dat de beelden van de Transvaalse oorlog, die overigens ook bij de voorstellingen van de Aethera-bioscoop te zien waren, niet authentiek waren. 1. Notulen K. & W. 1901, 11A 2. J.H. Martelhoff, die op 23 mei 1876 in Zutphen was geboren, woonde in november 1901 in de Lombokstraat in Utrecht. Op 11 februari verhuisde hij naar Amsterdam. Wat Martelhoff deed voordat hij begon met het exploiteren van de Aethera-bioscoop heb ik niet kunnen achterhalen. In 1902 werden de vergunningen aangevraagd door Martelhoff en J. Born, Roggestraat 31, Utrecht. Ook over deze J. Born heb ik heel weinig kunnen vinden. 3. Utrechtsche Courant, 2 juli 1901 4. Maden, F. van der, Mobiele filmexploitatie in Nederland 1895-1913, voorzover het mogelijk is deze te beschrijven en te analyseren aan de hand van de ontwikkeling te Nijmegen. Nijmegen, 1981. pag. 243 5. Utrechtsch Nieuwsblad, 5 juli 1901 6. Utrechtsche Courant, 8 juli 1901 |