Feestavonden met film in Tivoli: Charles Hummel

op 20, 24 en 28 november en 2 december 1899

In november en december 1899 organiseerde het Utrechtsch Nieuwsblad een aantal feestavonden voor haar lezers in de grote zaal van Tivoli. Daarbij stond ook de vertoning van filmbeelden op het programma. De avonden stonden in het teken van de Boerenoorlog die enkele maanden daarvoor was uitgebroken en die enorm in de belangstelling stond. Elke bezoeker kreeg bij het toegangsbiljet het Transvaals volkslied op muziek en op het programma stonden beelden van de oorlog. Naast deze Zuidafrikaanse 'actualiteiten' zouden ook nog opnamen worden vertoond van de Dreyfus-affaire en verder de gebruikelijke films van treinen e.d. en komische nummers. De voorstellingen werden verzorgd door de heer Charles Hummel van de firma Merckelbach & Co. uit Amsterdam.(1) De firma Merckelbach (of Merkelbach) maakte zelf ook films. Het is dus goed mogelijk dat een aantal van de vertoonde films door dat bedrijf zelf gemaakt waren. Dat zou zelfs het geval kunnen zijn geweest met de beelden van de Boerenoorlog, die niet in Zuid-Afrika, maar in Nederland werden gemaakt. Het is bekend dat er opnamen van de Boerenoorlog gemaakt zijn in de studio op het dak van het Flora-theater in Amsterdam.(2) Ook de film over de Dreyfus-affaire was waarschijnlijk niet authentiek.(3) Authentiek of niet, de beelden vielen zeer in de smaak bij het publiek: 'Reeds bij de eerste vertooning: "Gevecht der Transvaalsche boeren tegen de Matabelen", ging er iets als eene rilling door de zaal en bij een volgend nummer: "Transvaalsche Boeren op weg naar de grens" uitte zich de geestdrift in een spontaan: "Kent gij dat volk vol heldenmoed?".'(4)

Het Utrechtsch Nieuwsblad bood de feestavonden aan haar lezers aan, die tegen inlevering van een bon uit de krant en na betaling van 20 cent een plaatsbewijs konden krijgen. De krant gaf in de grote zaal van Park Tivoli drie voorstellingen, die alle geheel uitverkocht waren. Kennelijk ontstond hierdoor bij sommigen de indruk dat de krant aan deze voorstellingen behoorlijk verdiende, want op 28 november schreef ze: 'Van verschillende zijden vernamen wij, dat het praatje wordt uitgestrooid als zouden wij bij deze voorstellingen "zijde spinnen". Wij brengen daarom de volgende cijfers onder de aandacht van de lezers:

Onkosten per voorstelling:

 

Zaalhuur Tivoli

ƒ 60,-

Muziek van den heer Kuiper

ƒ 30,-

Artisten en Kinematograaf

ƒ 240,-

Piano huur

ƒ 4,-

Drukken van plaatskaarten en programma's met Transvaalsch Volkslied

ƒ 15,-

Assistentie

ƒ 5,-

 

________

 

ƒ 354,-

Af aan 1400 plaatskaarten à ƒ 0,20

ƒ 280,-

 

________

Blijft

ƒ 74,-

onkosten voor iedere voorstelling, ongerekend de vele onvermijdelijke kleinere uitgaven (..).'

Deze cijfers geven een aardige indruk van de kosten van een specialiteitenvoorstelling. Jammer is alleen dat de bedragen die voor de artiesten en de kinematograaf moesten worden betaald, niet verder zijn uitgesplitst. De voorstellingen door de kinematograaf tijdens deze specialiteitenavonden waren de laatste filmvoorstellingen in 1899.

1. Of deze Charles Hummel misschien dezelfde persoon is Charles Humel die van 4 tot 11 maart 1899 in de zaal naast de Schouwburg The Royal Bioscope exploiteerde is niet duidelijk, maar de overeenkomst in naam is opvallend.

2. Donaldson, G., De eerste Nederlandse speelfilms en de gebroeders Mullens. In: Skrien 28, jan. 1972, pag. 7

3. Maden, F. van der, Mobiele filmexploitatie in Nederland 1895-1913, voorzover het mogelijk is deze te beschrijven en te analyseren aan de hand van de ontwikkeling te Nijmegen. Nijmegen, 1981. pag. 38-39

4. Utrechtsch Nieuwsblad, 22 november 1898

De reizende bioscoop - Volgende