Een tweede filmvertoner op de kermis: H. FeyVan 13 tot 22 juli 1899 Filmexploitant H. Grünkorn niet de enige met een kinematograaftent op de Utrechtse kermis van 1899. Ook H. Fey, die al eens eerder Utrecht had bezocht met zijn Palais Cristal de Turque(1), stond daar: met zijn Electro Royal Biograph. Net als Grünkorn kon ook Fey in Utrecht opgenomen beelden laten zien. In een verslag van een op zondag 9 juli gehouden zwemwedstrijd schreef het Utrechtsch Dagblad dat de wedstrijd natuurlijk 'beroeps- en amateurphotografen (had) aangetrokken, doch deze niet alleen, weldra verscheen ook de kinematograaf. Deze bepaalde zich echter alleen tot de opname van de pantomime, die aan 't einde van den wedstrijd gegeven werd, (..)'.(2) Wie die opnamen maakte wordt uit dit verslag niet duidelijk. De verslaggever van het Utrechtsch Nieuwsblad ging op onderzoek uit en kwam met meer gegevens: 'Inmiddels ging het gerucht, dat twee heeren opnamen zouden doen, voor de biograaf die hier op de kermis komt te staan, welk gerucht bij een door ons ingesteld onderzoek waarheid bleek te zijn. Deze heeren vertelden ons, dat het plan was opnamen te doen van de straks te houden pantomime die dan woensdagavond reeds in "Flora" te Amsterdam zou worden vertoond. Tevens zou daar te zien zijn, het uitgaan van de R.K. kerk op de Lange Nieuwstraat, gisterenmiddag.'(3) Duidelijk wordt uit dit verslag dat de maker van de opnamen iets te maken had met het Amsterdamse Flora-theater, waar de heer Nöggerath zich met het maken van films bezighield(4), maar onduidelijk blijft wat de relatie precies was. Ook de voorstellingen van Fey op de kermis waren een groot succes: 'De heer Feij zal over zijn openings-voorstellingen geen reden van klagen hebben, want nauwelijks hadden de deuren zich voor een drie kwartier gesloten, of men verdrong elkaar weer voor 't plaatskaarten-bureau voor de volgende voorstelling. Belangstelling dus genoeg. Wat de tableaux betreft, deze munten uit door hun duidelijkheid, hun scherpte van lijnen. Vooral de aankomst van H.H.M.M. te Wormerveer en aan het Centraal Station te Amsterdam. Ook het tooverpaleis mag niet vergeten worden, het wist de toeschouwers nog al eens te doen lachen. Vertoont de cinematograaf ons de Utrechtsche brandweer, hier zagen we de Londensche gevolgd door de waterpantomime in de Zwemschool a/d Krommen Rijn en het uitgaan der hoogmis in de kathedrale kerk a/d Nieuwstraat; het laatste wint het in duidelijkheid wel van het waterfeest. En als slot manoeuvres op zee, het programma waardiglijk besluitende. Niemand zal zich door den tijd, in de inrichting van den heer Feij doorgebracht beklagen. Daarom: niet naar de kermis, of de biograaf bezocht!'(5) De heer Grünkorn, de concurrent van Fey op de Utrechtse kermis van 1899, mocht dan beelden hebben van het optreden van de Utrechtse brandweer, de heer Fey kon, waarschijnlijk tot zijn verdriet, een echt optreden van de Utrechtse brandweer in zijn tent laten zien. Op de laatste kermisavond brak er tijdens de laatste voorstelling namelijk brand uit in de tent van Fey, waarbij op het orgel, de machine en de dynamo na, de hele inrichting verloren ging. Zie ook: Vraagtekens bij de filmexploitatie op de Utrechtse kermis van 1899 1. Utrechtsche Courant, 20 maart 1897 2. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad), 10 juli 1899 3. Utrechtsch Nieuwsblad, 11 juli 1899 4. Donaldson, G., De eerste Nederlandse speelfilms en de gebroeders Mullens. In: Skrien 28, jan. 1972, pag. 3 e.v. 5. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad), 15 juli 1899 |