H. Grünkorn weer op de Utrechtse kermis

van 13 tot 22 juli 1899

Net als op de Utrechtse kermissen van 1897 en 1898 was filmexploitant H. Grünkorn present op de kermis van 1899. Maar er was in 1899 nog een tweede kinematograaftent: die van de heer H. Fey. Beiden konden ze in Utrecht gemaakte opnamen vertonen. In het Utrechtsch Dagblad verscheen op 29 juni 1899 het volgende bericht: 'Heden morgen ten 6 uur werden door de leden van het gezelschap "Utrecht's Brandweer" oefeningen gehouden, om daarvan photografische opname te laten doen voor den Kinematograaf van den heer Grünkorn. Opname werd gedaan van het uitrukken der brandweer, het aankomen op het terrein van den brand, en het blusschen van een brandend perceel, waartoe het Gasthuis voor Ooglijders op verzoek welwillend ter beschikking was gesteld.'

Aan het maken van deze opnamen was heel wat overleg vooraf gegaan, voornamelijk in de kringen van het gezelschap Utrechts Brandweer. Aan dit gezelschap, een vereniging van bevelvoerenden bij de Utrechtse brandweer, had Grünkorn gevraagd medewerking te verlenen bij het maken van zijn opnamen. In het archief van het gezelschap, dat in het Utrechtse gemeente-archief wordt bewaard, bevindt zich een stuk dat een compleet draaiboek voor de filmopnamen blijkt te bevatten.(1) Het stuk heet Algemeene Bepalingen en is een concept met veel doorhalingen en toevoegingen. Er worden gedetailleerde aanwijzingen gegeven in drie delen: Voorstelling I (Uitrukken), Voorstelling II (Werking bij brand) en Algemeene Bepalingen. Wie de filmopnamen gemaakt heeft is niet duidelijk. Waarschijnlijk niet Grünkorn zelf, want het Utrechtsch Nieuwsblad schreef later: 'de representant van den heer Grünkorn zou de Utrechtsche Brandweer biograferen.'(2) Wie die representant was vermeldde de krant niet.

Het duurde nog veertien dagen voor de opnamen bekeken konden worden. Op 14 juli 1899 liet Grünkorn forse advertenties plaatsen in de Utrechtse kranten. Hij beloofde daarin: 'Buitengewone Voorstellingen van Grünkorn's Electrische Cinematograaf, in een nette ingerichte tent staande op het Vreeburg.'(3) Uiteraard kregen de opnamen van de brandweer de nodige aandacht in de advertentie: 'De eer mocht ons te beurt vallen toestemming te bekomen om als Cinematographische opname het Uitrukken der Utrechtsche Brandweer te vervaardigen. Tijd en weersgesteldheid ons gunstig geweest zijnde kunnen wij verzekeren dat de opnamen goed geslaagd zijn, zoodat men de Stedelijke Brandweer zoo gunstig hier in Nederland en het Buitenland bekend om zijne hoedanigheden op het gebied van orde en bekwaamheid zal kunnen bewonderen in hunne bepaald schoone exercitiën, waarvan hier het programma volgt:

1. Het overtrekken der Maliebrug.
2. Het zwenken bij de Baanstraat.
3. Aankomst op het onheilsterrein (Ooglijdersgesticht).
4. Het brandende huis (bovengenoemd perceel).
5. Exercitiën aan het Centraal gebouw.'

Donderdag 13 juli 1899 was de openingsvoorstelling. Het Utrechtsch Nieuwsblad schreef erover: 'Het Stierengevecht geeft ons een zeer duidelijk beeld hoe het daarbij toegaat, vooral in het tweede gedeelte, dat gekleurd is' - de krant is kennelijk haar bezwaren vergeten tegen deze film toen die een half jaar eerder in Utrecht door Grünkorn werd vertoond - 'maar de geestdrift steeg ten top toen de Utrechtsche Brandweer verscheen en de talrijke bezoekers daarbij zich zelf of vrienden herkenden. Wij gelooven dat de heer Grünkorn met deze vertooning goede zaken zal maken.'(4) Enkele dagen later kwam deze krant nog eens op de voorstelling terug en meldde dat de tent iedere avond stampvol was en dat telkens als de opnamen van de brandweer werden vertoond, het publiek luidruchtig reageerde.(5)

Ook het Utrechtsch Dagblad is enthousiast over de voorstelling en vooral over de Utrechtse opnamen: 'Een welverdiend applaus klonk bij dit laatste tableau. Een bezoek is bepaald aan te raden.'(6) De Utrechtsche Courant beschreef ook de gang van zaken tijdens de vertoning: 'Bij elk tableau geeft de impresario, de altijd bewegelijke, immer gedienstige heer Antoine, ons van den Volksbondavond in Tivoli en van de voorstellingen en 't Geb. v. K. en W. wèl bekend, een goed verstaanbaren tekst waarna de lichtbeelden worden vertoond.' Over de ontvangst van de film over de brandweer schreef ze: '(..), maar dat het pakte, dat het den rechtgeaarden Utrechtenaar goed deed, konden wij ruimschoots merken aan de zeer ondubbelzinnige, krachtige bijvalsbetuigingen van de aanwezigen.'(7)

Zie ook: Vraagtekens bij de filmexploitatie op de Utrechtse kermis van 1899

1. Archief van het Gezelschap 'Utrechts Brandweer' inv. no. 86 B

2. Utrechtsch Nieuwsblad, 15 juli 1899

3. Utrechtsch Nieuwsblad en Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad), 14 juli 1899

4. Utrechtsch Nieuwsblad, 15 juli 1899

5. Utrechtsch Nieuwsblad, 19 juli 1899

6. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad), 14 juli 1899

7. Utrechtsche Courant, 15 juli 1899

De reizende bioscoop - Volgende

De Utrechtse brandweer tijdens een oefening bij het Ooglijdersgasthuis op 29 juni 1899. De oefening werd speciaal gehouden om er een filmopname van te kunnen maken. (HUA)