Voor het eerst film op de Utrechtse Kermis: H. Grünkorn op het Vreeburgvan 17 tot 24 juli 1897 In 1897 waren er voor het eerst levende beelden op de Utrechtse kermis te zien. Exploitant was de heer H. Grünkorn, die eerder al met zijn kinematograaftent op de kermis van Groningen had gestaan.(1) In het Utrechtsch Dagblad adverteerde hij met: 'Staanplaats: Vreeburg Middenrij. Cinematographe met Electrisch licht, niet met Zuurstof. De laatst uitgekomen tableaux. Voor elk te bezichtigen: jong en oud. Aanbevelend, H. Grünkorn.'(2) Over de voorstellingen van Grünkorn op de kermis van juli 1897 is in de Utrechtse kranten vrijwel niets geschreven. Hoogstwaarschijnlijk is dit een gevolg van de voor die tijd gebruikelijke regel, dat in de krant alleen over vermakelijkheden werd geschreven, als er in de krant ook voor was geadverteerd. Dat dit zo was, valt op te maken uit de bespreking van de kermisvermakelijkheden in het Utrechtsch Nieuwsblad van 19 juli 1897. Nadat de verslaggever heeft opgemerkt dat hij onmogelijk aan alle attracties op de kermis aandacht kon besteden, schreef hij: 'We moeten en willen dus volstaan met een korte vermelding van wat we uit de advertentiën in ons blad te weten kwamen.' In het Utrechtsch Nieuwsblad had tot dan toe nog geen advertentie voor Grünkorns attractie gestaan, maar die verscheen in hetzelfde nummer, zodat de verslaggever er wat over kon schrijven: 'De wonderen der Kinematograaf zijn te aanschouwen in het Theater van H. Grümkorn, hetwelk eveneens op het Vreeburg staat. Wie met deze uitvinding nog nooit kennis maakte, zal dit nu zeker doen.' Welke wonderen men kreeg te aanschouwen vermeldde Grünkorn in zijn advertentie. Het waren de gebruikelijke gezichten op landen en zeeën, de aankomst van treinen en trams, enz. Extra groot werd echter aangekondigd: De kamer van de Jonggehuwde of eindelijk thuis. Dit was waarschijnlijk het Franse filmpje Le Coucher de la Mariée, waarin een zich in nachtgewaad stekende bruid en een vanachter een kamerscherm loerende bruidegom te zien waren.(3) Grünkorn vermeldde in zijn advertenties uitdrukkelijk dat zijn kinematograaf werkte 'met Electrisch licht, niet
met Zuurstof'. Het licht van de allereerste projectieapparaten was afkomstig van een kalklichtapparaat dat
werkte op een mengsel van ether en zuurstof. Het vlamvatten van zo'n lamp tijdens een voorstelling op een
bazar in Parijs op 4 mei 1897 was de oorzaak van een brand waarbij 125 mensen om het leven kwamen. Aan
deze brand was ook in de Utrechtse kranten veel aandacht besteed. Grünkorn wilde kennelijk mensen die bang
waren voor brand geruststellen.
1. Kam, R. de, Van een 'geestelijke aardappel'. Het ontstaan en de ontwikkeling van de
filmvertoning en de reacties daarop in de stad Groningen. Groningen, 1982. pag. 101
2. Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (Utrechtsch Dagblad), 18 juli 1897
3. Briels, A., De intocht van de levende photographie in Amsterdam. Amsterdam, 1971. pag. 31-32 |
![]() Op de Utrechtse kermis stond in 1897 voor het eerst een filmtent: de Kinematograph van H. Grünkorn.
|